Duitsland heeft veel te veel te verliezen bij het opbreken van de euro. Daarom is er geen stap terug, maar alleen maar vooruit.
In een aantal reacties op mijn column van afgelopen dinsdag werd mij verweten dat ik wel erg optimistisch ben over de grote, noodzakelijke stap die Europa voorwaarts zou gaan zetten. Nu ben ik inderdaad optimistisch van aard, maar de weg terug (lees het opbreken van de euro in weer allemaal individuele valuta's of in een neuro of zeuro) lijkt op basis van diverse argumenten zeer onwaarschijnlijk.
Duitsland heeft gewoon veel te veel te verliezen bij het opbreken van de euro. In een researchrapport van de Franse vermogensbeheerder Natixis van 31 mei getiteld ‘Germany will have no other choice than to cooperate and accept rapid institutional reforms' wordt uitgerekend hoeveel Duitsland eigenlijk te verliezen heeft.
Op basis van relatieve concurrentiekrachtontwikkelingen sinds de invoering van de euro is het volgens de analisten van Natixis heel goed mogelijk dat een eventuele nieuwe mark gemiddeld zo'n 30 tot 40% duurder wordt ten opzichte van het mandje van de andere nieuw in te voeren valuta's van de eurolanden.
Dit betekent dat Duitsland in één klap 30 tot 40% van zijn concurrentiekracht kwijt raakt. Maar dat is nog niet alles. Duitsland heeft bruto een kleine €6000 miljard aan externe bezittingen (‘external assets'). Die worden in één klap 30 tot 40% minder waard. Als Duitsland uit de euro zou stappen betekent dit dus een potentiële waardevernietiging van €1200 tot €2000 miljard voor de Duitsers. Het is onwaarschijnlijk dat de Duitsers dit zullen accepteren, zo schrijven de analisten van Natixis terecht.
Dan resteert de vraag of het politiek haalbaar is snelle stappen vooruit te zetten. Vele politieke partijen hebben immers een anti-Europese houding. In de noordelijke landen moet de politiek durven uit te leggen hoe belangrijk Europa is voor onze toekomst, hoeveel voordelen we uit Europa hebben gehaald en nog altijd halen en hoeveel het ons gaat kosten als we uit de Europa stappen (Rutte is daarbij als leider door het ijs gezakt door deze discussie uit de weg te gaan).
De zuidelijke landen kunnen over de streep worden gehaald door naar een federaal Europa over te stappen, waarbij een fiscale stimulering op Europees niveau wordt geregeld (de financiële markten hebben een oplossing voor het probleem op een presenteerblaadje aangereikt: de lage rente die de Duitse overheid op haar leningen betaalt).
De zuidelijke landen moeten uit de ‘poverty trap' worden gehaald. Kapitaal stroomt nu van de zuidelijke naar de noordelijke landen, terwijl daar juist gestimuleerd (geïnvesteerd) moet worden. Rijke Grieken moeten bijvoorbeeld geen vastgoed meer in Berlijn maar in eigen land kopen. Dat kan alleen gebeuren als zuidelijke landen weer, middels stimuleringsmaatregelen, hoop wordt geboden.
Instituten als de Europese Investerings Bank (EIB) kunnen bij die investeringen een rol in spelen. Ook een bankenunie kan een oplossing zijn. Het is immers belangrijk dat banken goed functioneren, dat mensen weten dat het geld veilig is en dat banken weer in staat zijn om weer aan kredietverlening te doen. Kortom, er is geen weg terug, maar alleen vooruit.
Volg mij op twitter: @inmaxxa