Het blijft het streven van iedere belegger; een hoog rendement met een laag risico. Maar de ideale groeipad van het vermogen bestaat niet. Dat is namelijk de rechte lijn omhoog en alleen de spaarrekening is daartoe in staat. In de praktijk zal iedere beleggingsportefeuille te maken krijgen met perioden van stijging en van daling. En juist dat kost rendement.
In mijn vorige column heb ik voorgerekend dat twee verschillende portefeuilles die ieder op jaarbasis gemiddeld genomen hetzelfde rendement behalen na verloop van tijd toch een ander groeipad laten zien. De oorzaak daarvan zit in de beweeglijkheid van de portefeuille, ook wel volatiliteit genoemd. Een portefeuille met een grote beweeglijkheid, dus met grote schokken omhoog en omlaag, heeft een lager groeipad. Ook al is het rendement gemiddeld genomen per jaar hetzelfde als een portefeuille met een kleine beweeglijkheid. Denk aan het voorbeeld dat een portefeuille het ene jaar +20% oplevert en het volgende jaar -20%. Gemiddeld genomen is het rendement 0% maar deze portefeuille die begint op 100 eindigt het tweede jaar op 96. In de jaren daarna wordt dit verlies aan rendement steeds groter.
Uw portefeuille lekt dus steeds meer rendement naarmate de tijd vordert. Zonde van de verspilling en het is te voorkomen door de uitslagen in het rendement te beperken. Een portefeuille die het ene jaar +10% oplevert en het andere jaar -10% eindigt het tweede jaar op 99. Het verlies aan rendement is dan al een stuk kleiner dan in het eerste voorbeeld.
De beste manier om de beweeglijkheid van de portefeuille te verkleinen is door het toepassen van een grote spreiding. En dan het liefst een spreiding over verschillende beleggingen die weinig of niets met elkaar van doen hebben. Spreiden tussen Nederlandse en Duitse aandelen heeft dan ook weinig zin. Ze bewegen toch vaak in dezelfde richting. Denk eerder aan alternatieve beleggingen in de hoek van managed futures, volatility arbitrage, fixed income arbitrage. Uw adviseur kan u daarbij helpen. Deze beleggingen hebben geen relatie tot de economische cyclus en bewegen soms zelfs tegengesteld.
Als u toch graag in aandelen blijft beleggen dan zoekt u naar aandelen met een lage volatiliteit. Vaak zijn deze aandelen te vinden in de sectoren voeding & dranken, gezondheidszorg, nutsbedrijven en telecom. Robeco European Conservative Equities is een beleggingsfonds dat nu bijna vijf jaar bestaat en zich alleen concentreert op het segment aandelen met een lage beweeglijkheid. De theorie blijkt zich in de praktijk te bewijzen. In jaren dat de beurs daalt of beperkt stijgt presteert het fonds substantiële beter. Alleen in jaren dat de beurs zeer hard (meer dan 15%) oploopt blijft het fonds achter bij de markt.
Het eerste indexfonds (tracker) dat op deze wijze belegt is de Powershares S&P500 low volatility (ticker SPLV). Deze tracker belegt in de 100 minst beweeglijke aandelen binnen de S&P 500. De onderstaande grafiek laat zien dat vanaf de start in mei 2011 de tracker met meer dan 4% is gestegen. De S&P 500 laat in dezelfde periode een verlies zien van meer dan 2%. Ook hier bewijst de theorie dat in dalende tot gelijkblijvende markten het loont om te zoeken naar de minst beweeglijke aandelen.
Voor beleggers die zich zorgen maken over het mogelijk uiteenvallen van de eurozone heeft de SPLV een bijkomend voordeel. De tracker wordt namelijk verhandeld in Amerikaanse dollars. Juist in tijden van onrust is de dollar een vluchthaven, zeker tegenover de euro, en dat steunt de waarde van het mandje met aandelen.
In deze onrustige tijden is het dan ook geen gek idee om te zoeken naar rustige aandelen met een lage beweeglijkheid. Dat beperkt aantoonbaar het risico van de portefeuille en levert meer op zolang de beurs niet enorm hard stijgt. Daarnaast is het vooraf beheersbaar houden van het risico een veel eenvoudiger opdracht dan het vooraf beheersen van het rendement. Houd eerst uw risico onder controle, het rendement volgt dan vanzelf.