Aantal beurzen breekt uit (2)

Mijn column van 20 januari ging over de technische stand van de markt. De conclusie was toen dat steeds meer markten technisch aan het uitbreken waren. Langzaam wordt het technische plaatje inderdaad beter. Een aantal nieuwe voorbeelden.

‘Aantal aandelenmarkten breekt uit', zo luidde de titel van mijn column van 20 januari.Het technisch plaatje van de beurzen is langzaam aan het verbeteren, zo konden we concluderen. Er zijn recent meer markten uitgebroken. De Nasdaq Composite bijvoorbeeld, waarover straks meer.

De conclusie dat de aandelenmarkten er steeds beter bij komen te liggen wordt niet door alle technisch analisten gedeeld. Vooral die analisten die kijken naar marktbreedte-indicatoren en/of naar divergenties (tussen de koersen en verschillende indicatoren) hebben het moeilijk. Die zien een te sterk gestegen markt, die wel moet corrigeren. Wellicht krijgen ze nog gelijk, maar nu even niet.

Het is altijd goed zo objectief mogelijk (hoe moeilijk ook) naar de markten te blijven kijken. Dat kan het beste met computermodellen (het liefst laten we het computermodel ook nog de orders uitvoeren, dan schakelen we de emotie helemaal uit). Maar over computermodellen schrijven leidt of tot lange technische verhalen hoe het model precies werkt of juist tot zeer kort verhaal: het model zegt kopen of verkopen. Dat doen we nu maar even niet.

Een tamelijk objectieve manier om naar de koersen te kijken vind ik het gebruik van Voortschrijdende Gemiddelden. In onderstaand plaatje staan het 50- en 200-daags Voortschrijdende Gemiddelden afgebeeld (zie respectievelijk de lichtblauwe en de donkerrode lijn). Deze lijnen geven de middellange- en de langetermijntrend weer.

 
Als beide lijnen zich opwaarts bewegen zit de markt in een opwaartse trend. Speciale aandacht is er voor de zogeheten kruising van beide lijnen. Kruist het 50-daags gemiddelde door het 200-daags gemiddelde (van onder naar boven) dan spreken we van een ‘golden cross', een objectief koopsignaal. Die hebben we recent gezien (zie het laatste opwaartse pijltje in de grafiek van de S&P500). Het tegenovergestelde, de ‘dead cross' zagen we in de zomer van vorig jaar.
Deze objectieve methode kan aangevuld worden met de meer subjectieve ‘chartreading', ofwel het kijken naar steun- en weerstandslijnen en toppen en bodems in de grafieken. Onderstaand de grafiek van de Nasdaq Composite. Na een hogere top en bodem (volgens de klassieke Dow-theorie het begin van een opwaartse trend), gevormd in het laatste kwartaal van vorig jaar, is de koers nu ook door de belangrijke weerstand van de toppen van het voorjaar en de zomer van vorig jaar gebroken. Een duidelijk koopsignaal.
 
 
Er zijn meer beurzen die er technisch beter voor komen te staan. In onderstaande grafiek staat de India BSE Sensex Index afgebeeld. De koers is uit een dalend trendkanaal gebroken en heeft en passant ook de horizontale weerstand rond de 18.000 doorbroken. Chartreading is, zoals gezegd, niet zo objectief, maar beschouw als het vastleggen van de gelaatsuitdrukking op het gezicht van de belegger. De beleggers in Amerikaanse technologie aandelen en in India lachen weer!
 
 

Vele analisten denken dat de economie nog niet gezond en dat de schuldencrisis nog niet voorbij is. Griekenland lijkt weer voor even gered, maar doemdenkers vragen zich af voor hoe lang. En ook de wat pessimistischere technisch analist kan wijzen op vele markten die nog niet technisch zijn uitgebroken (denk aan de meeste Zuid-Europese beurzen). Natuurlijk kunnen we ieder verhaal bedenken om te rechtvaardigen om wel of niet te beleggen. Een systeem zoals die van de Voortschrijdende Gemiddelden kan je helpen een ‘reality check' te geven voor je verhaal dat je over de beurzen bedacht hebt.

We kunnen naast de technische analyse ook op andere (objectieve) manieren naar de markten kijken, onder andere door koersbewegingen in een breder historisch perspectief te plaatsen. Een vraag die je bijvoorbeeld kan onderzoeken is wat er in het verleden gebeurde nadat de aandelenmarkten met 30% daalden. Dit is een meer statistische manier van de markt analyseren.

In onderstaande grafiek van Chart of the Day staan alle grote aandelenmarktrallies (van de Dow Jones) afgebeeld vanaf 1900. Iedere stip geeft de relatie weer tussen de stijging van de Dow (in percentage) en de tijdshorizon tussen de bodem van de laatste bearmarkt volgende bearmarkt (wederom gedefinieerd als daling van meer dan 30%). Als we het zo bekijken zouden we nog heel wat meer stijging voor de boeg kunnen hebben. We zijn immers nog niet eens halverwege het gemiddelde. We zullen zien. (nb: tussen de grote dalingen van meer dan 30% heeft de Dow Jones de nodige grote correcties laten zien!).
 
 
 
 
 
Volg mij op twitter: @inmaxxa
 
 
 
 
 
Subscribe
Rss